Een makelaar in Pruisen

Gelezen door: André Oyen (3469 boeken)

Citaat: "De schilders presenteerden, als kinderen van hun tijd, een volstrekt andere manier van kijken naar de werkelijkheid."

Nicole Montagne (1961) is grafica en schrijfster. Haar beeldend werk was te zien op tentoonstellingen in binnen- en buitenland en is opgenomen in diverse collecties. Haar nieuwe boek Een makelaar in Pruisen is een verzameling van verhalen en essays – vooral essays, hoewel de scheiding vaak moeilijk aan te brengen is. Montagne schrijft in heldere, beeldende taal en scherp analyserend over wat we (denken te) zien en hoe we kijken, maar door al die beschouwingen heen loopt een persoonlijk, vaak autobiografisch verhaal.

Een groot aantal van de stukken is dan ook verbonden met momenten in haar leven: als aankomend graficus in 1984 stage lopend in Praag, in daarop volgende jaren op reis met vrienden in het toenmalige Tsjecho-Slowakije, met haar gezin op zoek naar een woning bij Berlijn (in het titelstuk van de bundel) en in Nederland kritisch lezend en TV-kijkend. Wat beeld met je kan doen beschrijft zij aan de hand van fotos en schilderijen. Haar bezoeken aan Midden-Europa en dan met name Tsjecho-Slowakije/Tsjechië klinken sterk in de thema's door. De kracht van beelden, het effect ervan, ver- en misleiding brengt zij leesbaar en niet zelden verrassend aanschouwelijk onder woorden. Het besproken materiaal is helaas in zwart-wit afgedrukt.

Het boek is geschikt voor fotografen en beeldend kunstenaars, als toets van hun manier van kijken en weergeven van de werkelijkheid en het doet me ook erg sterk denken aan die prachtige essaybundel van Bernard Dewulf Verstrooiingen. Over kijken en zien. Beide auteurs schrijven met dezelfde liefde over kunst en het bekijken ervan, hoe je ook kunst kan leren bekijken. Het langste essay in de bundel Zwagerman over Leibovitz is een vurig pleidooi voor zuiver kijken. Het stuk is een ongemeen felle uithaal naar kunstbeschouwer Joost Zwagerman en dan vooral zijn bespreking van A photographer’s life: 1990-2005 van Annie Leibovitz. Veel foto’s in dat boek zijn uit haar privéleven met de schrijfster Susan Sontag. En Montagne lijkt wel wat boos als ze beschrijft hoe Zwagerman, bewonderaar van de geschriften van Sontag, het werk van haar partner Leibovitz voortdurend bekijkt vanuit zijn kennis van wat Sontag heeft geschreven. Hij legt steeds Sontag over Leibovitz heen en weigert naar de foto’s zelf te kijken, is haar conclusie. Montagne is scherp, formuleert heel precies, en registreert alles met een kunstenaarsoog.

Geen gebouw, geen dorp dat ze inloopt, ontkomt aan haar observerende blik die onmiddellijk de kleuren, de stilering, ja zelfs de geuren en met dat alles direct de sfeer vangt. Ze gaat op in wat ze doet en schrijft. Zoals ze dat ook in haar vak als grafica doet. De bundel heeft je al vanaf het eerste essay in zijn greep wanneer ze uitlegt wat 'psychogeografisch flaneren' voor haar betekent en hoe vormgeving van ruimtes en gebieden ons humeur en gedrag beïnvloeden en manipuleren. In die psychogeografie wordt het onopvallendste bijzonder door een wind die er waait of een patroon dat herkenbaar wordt. In de stukken die volgen opent Montagne steeds nieuwe vergezichten: letterlijk nieuwe dimensies door een andere manier van kijken of door messcherp de lagen van onze waarneming te fileren. Er zijn altijd oude beelden en ervaringen die onze manieren van kijken meebepalen. In je hele leven speelt zich een, wat zij noemt ‘proces van betekenisgeving’ af. Al in je kleuterjaren maak je associaties die je kijken later zullen beïnvloeden. Ze illustreert dat – alweer autobiografisch – met haar kinderfantasieën over verre werelden bij het zien van de afbeelding op de hoes van een grammofoonplaat van haar vader.

Tegenwoordig fotograferen we digitaal alles wat los en vast zit. En we slaan het ook allemaal op. En onze band ermee, onze herinnering, wordt bedolven onder een overschot aan materiaal. In plaats van alles bewaren, moeten we selecteren, vindt Montagne. Of, zoals ze het in een ander stuk schrijft: ‘Alles vastleggen is dodelijk voor het geheugen’. Het vorige boek van Nicole Montagne, De neef van Delvaux, werd genomineerd voor de KANTL Essayprijs 2006 en de Jan Hanlo Essayprijs 2007. Volgens het juryrapport van de Jan Hanlo Essayprijs 'is het meest werkzame ingrediënt in deze essays, datgene waardoor ze zo memorabel uitpakken, Nicole Montagnes verbluffende manier van observeren en formuleren, en de interactie tussen die twee processen'. En die pluim van de jury kan je Nicole Montagne ook geven voor Een makelaar in Pruisen. Een prachtboek dat schittert door passie, al de wijsheid en vakkennis.

 | Reacties (0)Delen |
0 reacties:

Locatie: praag