Familiearchief

Gelezen door: André Oyen (3507 boeken)

Citaat: "Familiearchief Boris Chersonski Chanoekia. Brons gegoten./ Negentiende eeuw. Polen./ Of Gallicië. Het bestaan / van metaal is monotoner, maar langer/ dan onze levens. Kennelijk gaat stoffelijkheid/ grimmiger over in eeuwigheid. uit Veiling van Judaica"

Het Gents Collectief van Poëzievertalers werd in 2001 opgericht door Thomas Langerak. Het bestaat uit medewerkers en oud-studenten van de studierichting Oost-Europese talen en culturen van de Universiteit Gent en heeft al heel wat activiteiten op zijn naam staan. In 2003-2004 werkte de groep samen met dichter-vertaler Koen Stassijns. Voor de door hem geredigeerde bloemlezing De mooiste van Aleksander Sergejevitsj Poesjkin werd een zevental gedichten vertaald. Sinds 2005 wijdt het collectief zich voornamelijk aan de vertaling van hedendaagse Russische dichters.

Op dit moment werkt de vertaalgroep aan een nieuwe bloemlezing waarin gedichten zullen worden opgenomen van Russische dichters uit verschillende landen: Boris Chersonski en Aleksandr Kabanov (Oekraïne), Bachyt Kenzjejev en Aleksej Tsvetkov (VS), Vera Pavlova (Rusland) en Sergej Timofejev (Letland).
Boris Chersonski (1950) is een Joodse psychiater die woont en werkt in Odessa en pas op latere leeftijd is beginnen te dichten. Hij geldt nu als een van de bekendste Russischtalige dichters. In een van zijn eerste bundels, Familiearchief (1997) behandelt hij de geschiedenis van een Joods-Russische familie in het Zuiden van Rusland en Oekraïne in de jaren vanaf de Eerste Wereldoorlog tot en met de Tweede. De nadruk valt daarbij op wat er met de verschillende leden van de familie is gebeurd tijdens de Holocaust. Het zijn verhalende gedichten, die een indringend beeld geven van de vaak schokkende situaties waarin de mensen zijn terechtgekomen. Naast verhalende gedichten zijn er ook meer lyrische, zoals gebeden en beschrijvingen van dromen. Goed vertaalde, aangrijpende poëzie, die zonder twijfel een groot publiek zal aanspreken. De bundel is tweetalig.

Het geheel leest als een soort familieroman van een Joods-Russische familie in Oekraïne en Moldavië tijdens de 20e eeuw. Familiearchief is zorgvuldig gecomponeerd en het merendeel van de gedichten draagt een jaartal en een plaatsnaam als titel. Aan de hand van foto’s, ansichtkaarten en brieven wordt de geschiedenis van verwanten van de auteur geschetst. Mensen van allerlei slag komen voorbij – kleine middenstanders, succesvolle zakenlieden, artsen, leraren, sovjetambtenaren en zelfs een orthodoxe priester. Sommige personen komen in verschillende gedichten voor, wat de suggestie versterkt dat we inzage krijgen in een echt familiearchief. De verhalende gedichten worden afgewisseld met gebeden, disputen van rabbi’s, discussies tijdens het kaartspel, beschrijvingen van dromen en bespiegelingen over judaïca die op een veiling te koop worden aangeboden.

De gedichten zijn chronologisch geordend: het eerste heeft als titel ‘Kremenets, juni 1910’, het laatste ‘Brooklyn, augustus 1997. Droom’. Het lot van de mensen uit Familiearchief is meer of minder bepaald door de grote historische gebeurtenissen van de twintigste eeuw die juist dit deel van Europa zo gruwelijk hebben getroffen: de twee Wereldoorlogen, de Russische revolutie, de Stalinterreur, de Holocaust. Over de historische feiten wordt nauwelijks gesproken, ze worden geacht bekend te zijn... Hier geldt vooral de familiehistorie.

 | Reacties (0)Delen |
0 reacties:

Locatie: Oekraïne