De vloeivelden in

Gelezen door: André Oyen (3396 boeken)

Citaat: "Wat ziet Marjo in haar, ze is al bijna dertig, ruim tien jaar ouder dan zijzelf. Waarom mag zij hier zoveel komen? Is het medelijden? Is het omdat ze zo’n interessant meisje is?’"

Na twee schitterende dichtbundels, Wondpoeier (2009) en Door het vanggat (2016), besloot Aly Freije zich aan proza te wagen. Het resulteerde in een boek dat ook heel poëtisch is. Het hoofdpersonage is Anna, dat in 1944 geboren wordt en opgroeit op de boerderij van haar ouders in Veendiep, een Gronings veenkoloniaal dorp ergens aan de grens met Duitsland, maar daar vertrekt als ze begin twintig is. Jaren later gaat ze terug in de hoop iets van zichzelf te hervinden. Op zoek naar dat meisje, dat daar als buitenstaander een weg probeerde te vinden in haar verwarrende gevoelens over liefde en identiteit, wordt ze opnieuw geconfronteerd met de dood. De auteur laat heel mooi en duidelijk zien hoe Anna evolueert van kind naar volwassene. Hij onderlijnt het accepteren van tegenslag en leed en daarmee om kunnen gaan. Haar vader die na een ernstige ziekte is overleden,de borstkanker van haar moeder, die al snel na de behandeling op de boerderij werkt; de dood van tante Aafje, de enige zuster van haar vader, die naar haar was verteld, iets aan haar hart had gehad, maar meer waarschijnlijk zich had verhangen. Anna had foto’s van tante Aafje met een jonge vrouw gevonden, één met de arm innig om haar schouder. Bij Anna beginnen zowel voor hetzelfde als voor het andere geslacht sexuele gevoelens te ontluiken wat haar opwindt, maar ook verwart en verontrust. Over een motorrijder die haar smerige tongzoenen opdringt wil ze niet veel kwijt. Maar voor Rob en Marjo heeft ze warme gevoelens. Marjo, de fysiotherapeute, een en al daadkracht, die haar helpt revalideren na een verkeerde landing tijdens de gymnastiekles waarbij haar meniscus en kniebanden scheurden brengt hoofd en hart op hol. En van de tocht door de bossen met Rob Jansen in zijn auto, een dienstweigeraar die als onderwijzer werkte in het jeugdinternaat bij Sellingen, onder Oost-Groningers beter bekend als ‘het boefjeskamp in de bossen genoot ze ook. Rob vertegenwoordigt wat intimiteit zonder dat er sprake is van erotiek. Zo vlug ging dat in die onzekere tijden niet. Ze denkt met afgrijzen terug aan de winkel van de dames Baas in Winschoten, waar ze met moeder haar eerste beha ging kopen. Ze wilde zo eentje als Lammie had, maar nee, het werd cup C, een net-beha met een beugel onderlangs. De dames stonden met zijn tweeën met moeder in het pashokje over haar heen gebogen, vreemde handen propten haar borsten in de beha. DISCREET EN ZORGVULDIG PASSEN OP MAAT stond er op de etalageruit, maar in het pashokje onderging ze het anders.’ De vloeivelden in is een prachtige tedere roman met het bestaan waarin het dagdagelijkse bestaan aan onzekerheid wordt gekoppeld. Het is een raamvertelling met verhalen en situaties gebaseerd op de jeugd van een jonge vrouw.

 | Reacties (0)Delen |
0 reacties:

Locatie: Groningen