Extaze 28 Geloof in de kunst

Gelezen door: André Oyen (3340 boeken)

Citaat: "De Griekse beeldhouwkunst werd gelijkgesteld met perfecte lijnen,gepolijst glanzend marmer en de ideale verbindingen van het menselijk lichaam."

Extaze. Literair tijdschrift is een kwartaalschrift gewijd aan literair en beeldend werk van Nederlandse en Belgische schrijvers en kunstenaars. Het ontleent zijn titel aan de in 1892 verschenen roman Extaze. Een boek van geluk van Louis Couperus.Zoals in elk nummer wordt ook in dit nummer de inhoud bepaald door essays, gedichten, korte verhalen en beeld en nog uitgebreid met interviews en recensies op het digitale supplement van Extaze. ‘Extaze 28’ bevat 5 essays. De rode draad in deze editie is Geloof in de kunst. Zelfs de meest verstokte atheïst kan op zijn manier van religieuze kunst genieten. Kunst en religie hebben een natuurlijke band met elkaar. Kunst is niet alleen een middel om religie en haar betekenissen en verhalen te duiden, ze kan ook zelf aanzetten tot contemplatie en verinnerljking. Kunstenaars evenals religieuze denkers en leiders gaan immers om met dezelfde diepmenselijke ‘religieuze’ ervaringen van wanhoop en hoop, vreugde en pijn, harmonie en gewrongenheid. Verschillende hedendaagse kunstenaars laten vandaag opnieuw dat boeiende spanningsveld ervaren, waarin kunst en religie elkaar raken en (opnieuw) in dialoog treden. In zijn essay ‘De tegenverbeelding van het religieuze’ analyseert Kris Pint Gerard Reve’s literaire werk en constateert dat de schrijver in het katholicisme een tegenverbeelding vond die krachtig genoeg was om de strijd met zijn wanhoop, verslaving en angst voor depressies aan te gaan. Onno Schilstra beschrijft de sterke religieuze vervoering die is uitgedrukt in het beeld ‘Extase van de heilige Theresia’ van Giam Lorenzo Bernini (1598-1680) ‘Het nachtkastje van Franco’. De sculptuur vormt een verwijzing naar iets onzegbaars, iets ‘onbegrippelijks’. ’Een verrukkende heidense schoonheid’ is de titel van Ruurd Halbertsma’s essay over de waardering van de antieke beeldhouwkunst door de eeuwen heen en de aantrekkingskracht die de lichamelijkheid en sensualiteit van de beelden uitoefenden op mensen met sluimerende seksuele fantasieën. Artien Utrecht is geboeid door de tegenstelling die de schrijver Junichiro Tanaziki waarnam tussen de Japanse sensitiviteit voor nuances van licht en duisternis en de westerse voorkeur voor het felle licht. Op het Japanse kunsteiland Naoshima ervaart ze dat het spel van schaduwlagen en hun verschillende diepten je dwingt om te kijken met je zintuigen. Het donker vraagt om een voorbijgaan aan het ‘gewone’ zintuiglijke zien. Voorbij het gewone zien ligt de verbeelding van wat niet is, maar zou kunnen zijn. In ‘Van West naar Oost’ analyseert Klaas de Groot zes Indische gedichten van de Surinaamse auteur Bernardo Ashetu (1929-1982), wiens thematiek: dood en verandering gekoppeld aan geweld, voor hem een middel was om zich bevrijd te voelen van beklemming en onderdrukking. In dit nummer gedichten van Guy Commerman, Anne Karelse, Lisa Rooijackers en Merel van Slobbe en korte verhalen van Michiel van den Berg, Jens Bezemer, Guido Eekhaut, Else de Jonge, Christien Kok, Dewi de Nijs Bik, Phaedra Onclin, Yoko Theeuws en Liedewij Vogelzang. Het beeld is van Mariëtte van Erp. Beschrijving Extaze Literair tijdschrift: Extaze 28 Zoals in elk nummer wordt ook in dit nummer de inhoud bepaald door essays, gedichten, korte verhalen en beeld en nog uitgebreid met interviews en recensies op het digitale supplement van Extaze. 'Extaze 28' bevat 5 essays. In zijn essay 'De tegenverbeelding van het religieuze' concludeert Kris Pint na lezing van Gerard Reve's literaire werk, dat de schrijver in het katholicisme een tegenverbeelding vond die krachtig genoeg was om de strijd met zijn wanhoop, verslaving en angst voor depressies aan te gaan. De neurotheologie leert ons dat de religieuze verbeelding dient als interface om met de primitieve religieuze ervaringen om te gaan die in de specifieke structuur van de hersenen zijn opgeslagen. De sterke religieuze vervoering die is uitgedrukt in het beeld 'Extase van de heilige Theresia' van Giam Lorenzo Bernini (1598-1680) zet Onno Schilstra in 'Het nachtkastje van Franco' op hetzelfde spoor als Pint. De sculptuur vormt een verwijzing naar iets onzegbaars, iets 'onbegrippelijks' dat hooguit door het soort symbolen waarover Reve schrijft in 'Moeder en zoon' (1980) in taal uitgedrukt kan worden. 'Een verrukkende heidense schoonheid' is de titel van Ruurd Halbertsma's essay over de waardering van de antieke beeldhouwkunst door de eeuwen heen en de aantrekkingskracht en de afschuw die de lichamelijkheid en sensualiteit van de beelden uitoefenden op mensen met sluimerende seksuele fantasieën. Artien Utrecht wordt gefascineerd door de tegenstelling die de schrijver Junichiro Tanaziki waarnam tussen de Japanse sensitiviteit voor nuances van licht en duisternis en de westerse voorkeur voor het felle licht. In 'Van West naar Oost' analyseert Klaas de Groot zes Indische gedichten van de Surinaamse auteur Bernardo Ashetu (1929-1982), wiens thematiek: dood en verandering gekoppeld aan geweld, voor hem een middel was om zich bevrijd te voelen van beklemming en onderdrukking. Hoewel hij debuteerde in een tijd toen vele dichters zich voor het eerst presenteerden, onttrekt zijn in het Nederlands geschreven poëzie zich aan de toon en de dichterlijke objecten van die dagen (in het bijzonder aan de maatschappelijk bewogen strijdpoëzie). Hij schrijft gevoelige verzen, fijnzinnig observerend hoe droom en werkelijkheid uit elkaar groeien (hij had een enorm problematische relatie met zijn vader) en uiteindelijk slechts droefenis overblijft voor ontheemden overaI ter wereld.Lang na zijn overlijden begonnen zijn gedichten te verschijnen in de Spiegel van de Surinaamse poëzie (1995) en in tijdschriften als Dietsche Warande & Belfort, Bzzlletin, Poëziekrant en De Tweede Ronde. In 2002 kwam er een nieuw bundeltje van hem uit in Paramaribo: Marcel en andere gedichten. In 2007 verscheen in Nederland een keuze uit zijn werk gemaakt door Gerrit Komrij onder de titel Dat ik zong. Later dat jaar verscheen een bibliofiele editie van zijn gedicht Indiaans. In dit nummer treft de lezer ook gedichten van Guy Commerman, Anne Karelse, Lisa Rooijackers en Merel van Slobbe en korte verhalen van Michiel van den Berg, Jens Bezemer, Guido Eekhaut, Else de Jonge, Christien Kok, Dewi de Nijs Bik, Phaedra Onclin, Yoko Theeuws en Liedewij Vogelzang. Het beeld is van Mariëtte van Erp. Weer een zalige editie van Extaze!

 | Reacties (0)Delen |
0 reacties: