Extaze 29-Blokken

Gelezen door: André Oyen (3256 boeken)

Citaat: "Dit essay wordt geschreven vanuit het standpunt van een architect en urbanist die zich intensief met de wording van steden bezighoudt. En die daardoor het werk van Bordewijk is gaan bestuderen en vervolgens is gaan bestuderen en vervolgens waarderen aks een waardevolle beschrijving van de dynamiek van de vroegmoderne Hollandse stad. Leo Oorschot"

Zoals in elk nummer wordt ook in dit nummer van het literair tijdschrift Extaze de inhoud bepaald door essays, gedichten, korte verhalen en beeld. Extaze 29 heeft als thema Blokken van F. Bordewijk en bevat 5 essays. Blokken is een korte roman van F. Bordewijk uit 1931en het is een dystopische toekomstvisie van een communistisch-totalitaire staat die elk individualisme meedogenloos onderdrukt. Het overgrote merendeel van de mensheid is oprecht gelukkig in de blokmaatschappij en hoewel de aard van de bestuursraad dictatoriaal is, wordt hij toch op democratische manier verkozen uit alle lagen van de maatschappij. De maatschappij kan dus worden beschreven als een extreme democratie waarin de waarden van het algemeen nut als hoogste goed worden aangeprezen. De 'blokken' uit de titel verwijzen naar de rationele rechtlijnigheid die de Staat in de architectuur en in de samenleving als geheel doorvoert. Elke ronde vorm (die doet denken aan de menselijke, irrationele vorm) wordt uitgebannen. De Staat zelf is in feite de hoofdpersoon: op een aantal rebellen na, die prompt geëxecuteerd worden, komt in het verhaal geen enkel individu voor. Stilistisch is Blokken, samen met Knorrende Beesten (1933) en Bint (1934), een van de meest extreme voorbeelden van Bordewijks 'gewapend-betonstijl'. De taal is bondig, afgebeten, en wordt gekenmerkt door ellipsis en asyndetische zinsbouw. Beeldspraken en metaforen zijn vaak complex en poëtisch. Blokken past in een traditie van dystopieën (negatieve toekomstvisies) zoals de Russische roman Wij (1920) van Jevgeni Zamjatin, de film Metropolis (1927) van Fritz Lang, Brave New World (1932) van Aldous Huxley, Het reservaat (1964) van Ward Ruyslinck en 1984 (1949) van George Orwell. In april 2017 verscheen bij uitgeverij Nijgh & Van Ditmar een “verstripping” van Blokken, een graphic novel waarin de complete tekst van het origineel wordt ondersteund door beeld. Dit boek is getekend door Viktor Hachmang.

In haar essay ‘Verboden zones’ associeert Artien Utrecht ‘de verboden zone’ in Andrei Tarkowsky’s film Stalker met de totalitaire staat die F. Bordewijk beschrijft in Blokken. De rode draad in beide kunstwerken betreft fundamentele sociale botsingen die door de geschiedenis heen onopgelost zijn gebleven, zoals daar zijn: sociale ongelijkheid, de spanning tussen individualiteit en collectiviteit en die tussen secularisme en godsdienst. Net als in Paul van Ostaijen’s toekomstgroteske ‘De stad der opbouwers’ (1932) zien we in Blokken hoe architectuur en ideologie met elkaar kunnen versmelten en hoe bouwcomplexen bepaalde denksystemen kunnen weerspiegelen, stelt Thomas Pierrart in ‘Van Blokken tot brokken’. Bij Herman van Bergeijk vinden we deze visie terug: door de scherpe staccato-achtige schrijfstijl wordt Blokken wel gezien als een novelle die de nieuwe zakelijkheid verbeeldde in de bouwkunst (sinds 1925 vanuit Duitsland tot in Nederland doorgedrongen). De auteur neemt een standpunt in dat je anti-utopisch, sciencefictionachtig en romantisch-expressionistisch kunt noemen. Leo Oorschot leunt wat aan bij deze visie en hij schrijft dat Bordewijk zich lijkt te mengen in een architectenstrijd die in 1928 werd gevoerd tussen voorstanders van de collectivisatiebouw (bij Bordewijk: discipline, tucht, geschiedenisloosheid, individuloosheid en collectivisatiedrift) en esthetici die geen afstand wensten te nemen van de waarden van het fin de siècle. Leo bekijkt dan ook niet zozeer het literaire gehalte van de roman maar wel Bordewijk die de dynamiek van de vroegmoderne Hollandse stad analyseert. Boris van Meurs bekijkt Blokken, als een boek waarin ‘Systeem, mens, ding’, en de rol van het individu daarin sterk wordt afgebakend. In deze relatie lijken de dingen te worden teruggedrongen tot de ruimte van strikte functionaliteit. Maar kan het ding hier niet centraal gesteld worden? Is hun werking werkelijk altijd te voorspellen? In dit nummer gedichten van Jeanet Kingma en Bert Struyvé en korte verhalen van Helge Bonset, J.I. Clément, Guido Eekhaut, Mark de Haan, Boudewijn van Houten en Rob Verschuren. Het beeld is van Viktor Hachmang die ook voor de verstripping van de roman tekende. Een zeer artistieke en originel editie van extaze.

 | Reacties (0)Delen |
0 reacties: