Yu di tera / Landskinderen

Gelezen door: André Oyen (3507 boeken)

Citaat: "Haar hand hield hij stevig vast, alsof hij bang was dat ze weer onverwacht uit zijn leven zou verdwijnen. Ze trok hem niet terug. Luisterde naar zijn stem, die grappige tongval waarmee hij zich van het Papiamento bediende."

Janny de Heer woonde vier jaar op Curaçao en deed er historisch onderzoek, dat in 1999 resulteerde in haar debuut Landskinderen van Curaçao, drie historische verhalen in 2015 opnieuw uitgebracht onder de titel Yu di tera / Landskinderen. In 2000 won zij met Vrouw tegen Vrouw de Pipistrellus Proza Prijs. Vanaf 2002 leidde zij de Schrijversgroep in Den Helder; met die groep schreef Janny de Heer de musical Zielsverwanten (gebaseerd op het werk van Annie M.G. Schmidt), die aldaar in 2005 werd opgevoerd in de Schouwburg. In 2008 verscheen Hey buddy de andere voet is voor jezelf, een biografie over Huib Wijnants, die als marineman in de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië o.a. de Japanse bezetting (internering, krijgsgevangenschap, dwangarbeid) meemaakte. In Suriname verrichtte zij uitgebreid historisch onderzoek voor het schrijven van Gentleman in slavernij, een roman over een Duitse immigrant in het 19de eeuwse Suriname,.

In de drie verhalen van Yu di tera / Landskinderen staat het landskind van Curaçao centraal. Het zijn prachtige historische verhalen over het leven op Curaçao door de eeuwen heen. In het eerste verhaal ontmoeten we Rosa, een slavin die opgroeit met het zoontje van de landeigenaar, met hem speelt maar nooit zijn gelijke is. Aanvankelijk heeft Rosa, in 1816 een speciale positie op de plantage van de familie Panhuys. Maar die verdwijnt wanneer de heer des huizes merkt dat zijn zoon verliefd is op Rosa. Het meisje wordt aan een blank echtpaar verkocht dat zelf geen kinderen kan krijgen. Haar nieuwe baas verkracht haar, verwekt bij haar een kind, dat hij en zijn vrouw opeisen en als hun eigen kind willen opvoeden. Zij wordt er wel een zogenaamd 'vrije' vrouw door maar mag haar kind niet aanraken of zien en ze moet ook het huis verlaten. Gelukkig voor Rosa is er de slaaf Poncka nog, die oprecht van haar houdt en haar is blijven volgen door alle nare ontwikkelingen heen. Dit verhaal laat ons andermaal duidelijk zien dat slaven met lijf en leden totaal afhankelijk waren van hun meesters.

Het tweede verhaal speelt zich af in de zeventiende eeuw en vertelt de geschiedenis van een Nederlandse planterszoon Maarten, die eigenlijk vanuit het graf gedwongen wordt met Alfonsa, ex-slavin en weduwe van zijn vader, te trouwen. Aanvankelijk begrijpt Maarten, die lange tijd in Nederland heeft gestudeerd, niets van de liefde van zijn vader voor een mulattin. Pas wanneer hij terug op Curaçao is en het leven in de koloniale gemeenschap beter leert kennen kan hij de handelswijze van zijn vader begrijpen en aanvaarden.

Het laatste verhaal gaat over Sonja die rouwt om haar gestorven zoon. Sonja verliest haar kind door een ongeluk dat ze aan onoplettendheid van haar man Bennie wijt. Maar hoe meer je over dit gezin vader, moeder en dochter te weten komt, des te meer je je een andere mening over Bennie gaat vormen. Dit verhaal stelt ook de jeugdzwangerschappen op Curaçao aan de kaak.

In deze drie sfeervolle verhalen speelt steeds een op Curaçao geboren man of vrouw, in drie verschillende eeuwen de hoofdrol. Met haar verhalen weet Janny de Heer de problemen die ‘de landskinderen van Curaçao’ ondervinden zeer sterk in mooi proza te schetsen en ze ook goed te plaatsen in hun eigen tijdskader.

 | Reacties (0)Delen |
0 reacties:

Locatie: Curaçao