Jawel, Commandant

Gelezen door: André Oyen (3507 boeken)

Citaat: "We moeten kunnen erkennen dat de koloniale tijd ons ook goeds gebracht heeft, zoals bijvoorbeeld een lingua franca, die ons in staat stelt te communiceren met onze buurvolken en met de wereld. Het is onze plicht optimaal gebruik te maken van deze erfenis en er tegelijkertijd voor te waken dat we onze eigen talen, onze eigen culturen niet met het badwater weggooien. "

In 2000 verscheen het eerste deel van de memoires van de Malinese auteur Amadou Hampâté Bâ (1900-1991) onder de titel Amkoullel.In dit eerste deel had hij het vooral over zijn jeugdjaren in het door Frankrijk gekoloniseerde West-Afrika. Om het verhaal te kunnen volgen gaf hij natuurlijk ook een uitgebreid en zelfs gedetailleerd verslag over de geschiedenis van zijn voorouders. Dat eerste deel besloeg 506 bladzijden en het tweede deel Jawel, commandant, waarin we hem van zijn tweeëntwintwingste tot zijn drieëndertigste meemaken, telt nog eens meer dan 480 bladzijden. Vermits de goede man eenennegentig geworden is zullen we dus nog wel een tijdje bezig blijven.
Maar toch verveelt deze literatuur geen enkel ogenblik als je gewoon bent aan het ritme van de Afrikaanse Orale literatuur. Afrikaanse auteurs die orale literatuur op papier zetten hebben een geweldig oog voor detail. Als zij over een voettocht van vijf dagen vertellen dan beleef je die voettocht ook werkelijk tot in de finesse mee als lezer. Hampâté Bâ schrijft bijna als een antropoloog over zijn eigen samenleving. Hij hanteert ook dezelfde normen als hij over zichzelf of over de blanke kolonialen schrijft. Hij oordeelt absoluut niet met twee maten en gewichten en net als de Egyptische Nagieb Mafoez bijvoorbeeld staat hij enorm open voor dingen uit een blanke cultuur die zijn eigen cultuur kunnen verrijken.
Hij is in principe tegen elke vorm van elke kolonisatie, maar zijn eerlijkheid gebiedt hem ook de andere kant van de medaille te bekijken. In deze sfeer baadt het hele tweede deel van zijn memoires.

In Jawel Commandant begint de auteur in 1922 als een wat wereldvreemde jongeman aan een loopbaan als ambtenaar in Frans-koloniale dienst. Zijn eerste standplaats bevindt zich in Boven–Volta, en om die te bereiken, reist hij honderden kilometers per praam de rivier Niger af. Tijdens deze tocht maakt hij notities voor zijn orale vertellingen die hem en zijn land wereldberoemd zullen maken.
Werken voor een koloniale bezetter is niet gemakkelijk. Daarvan getuigen honderden schrijnende boekwerken alleen al in de Europese literatuur. Je zit altijd tussen twee werelden te pendelen, die van je broodheren en die van je eigen familie en landgenoten. Omdat Hampâté Bâ een integere figuur is kan hij beide werelden, soms ten koste van zichzelf, op cruciale momenten tot mekaar brengen.
Heel bijzonder in dit boek is toch wel dat de auteur voor een stuk de ‘moslimhuiver’ die ontstaan is na 11 september 2001 kan wegnemen. De moslimwereld waarin hij verkeert is er één van vrede en verdraagzaamheid, waarin de naaste centraal staat en alle haat en geweld uit den boze zijn.
Als je de twee delen van In het voetspoor van de vertellers gelezen hebt, zit je nagelbijtend op het derde deel te wachten. Het is immers zo goed om dit voetspoor te volgen in goede kwade dagen.
Hamadou Hampâté Bâ is een verteller en een auteur die een ongelooflijke charme en mensvriendelijkheid uitstraalt. Dank zij hem leren leren we op een genuanceerde wijze een stukje zwart Afrika kennen dat helemaal anders is dan dat we kenden uit de verhalen van kolonialen of subjectieve verslaggeving van de media. Het is dan ook vanzelfsprekend dat heel wat zwarte auteurs zoals Maryse Condé door deze literatuur hebben laten inspireren.

 | Reacties (0)Delen |
0 reacties: