Dagboek van een duizendkunstenaar

Gelezen door: André Oyen (3544 boeken)

Jean Cocteau was een van de veelzijdigste kunstenaars van vorige eeuw. Hij was schrijver, dichter, schilder, film- en theaterregisseur en decorbouwer. Als kunstenaar had hij altijd een open geest om alle nieuwe kunstrichtingen in zijn werk op te nemen. Hij stimuleerde ook jonge kunstenaars zoals Jean Genet, Jean Marais, Raymond Radiguet en vele anderen door hen met raad en daad bij te staan.
Zonder Jean Cocteau zou Jan Genet zijn werk nooit hebben durven uitgeven. In de artistieke wereld van zijn tijd werd hij enerzijds op handen gedragen en anderzijds verguisd. Zijn hang naar vernieuwing trok hij ook tot het extreme door in zijn ideologie en daardoor haalde hij vaak het misprijzen van collega's of persmensen op zijn nek.

Hij was vóór alles dichter, met een opmerkelijk sprankelend beeldgebruik: La lampe d'Aladin (1901), Le cap de Bonne-Espérance (1919), Vocabulaire (1922), Plain-chant (1923), Opéra (1927). In zijn verschillende bundels verzoende hij modetendensen. Ook beschouwen vele Fransen hem als de grootste Franse poëet van de twintigste eeuw. Ook in de schilder- en tekenkunst vertoonde Cocteau een vergelijkbare wisselvalligheid. Hij maakte karikaturen, wandschilderingen (het stadhuis van Menton), balletdecors en schilderijen, waarmee hij ruim baan maakte voor richtingen als het futurisme, dadaïsme, kubisme en surrealisme.

In zijn romans schilderde hij met hetzelfde gemak een fantasiewereld (Le Potomak, 1919) als een verstikkend burgerlijk milieu (Les enfants terribles, 1929). Dit laatste werk werd in die tijd erg controversiëel genoemd en zou, zo wordt beweerd, jonge mensen tot zelfdoding aangezet hebben.

In zijn dagboeken die Jean Cocteau schreef in de wetenschap dat ze na zijn dood gepubliceerd werden, kan hij de ijdele gedachte niet verbergen dat hij postuum zijn eigen groot gelijk kan verdedigen. Persoonlijk vind ik dit wel een uitgangspunt dat boeiende literatuur heeft opgeleverd.

Uit de grote hoeveelheid materiaal in het Frans verzameld onder de titels Journal 1942-1945, Le Passé défini I, 1951-1952, Le Passé défini II, 1953, Le Passé défini III, 1954, alle uitgegeven bij Gallimard, heeft de vertaler Joop van Helmond een drastische selectie moeten maken waar uiteindelijk nog zo een driehonderd bladzijden van overbleef. Deze selectie, die me overigens goed gevoerd lijkt maar niet vlekkeloos vertaald werd, kreeg de titel mee Dagboek van een duizendkunstenaar. Deze titel past uitstekend bij de figuur van Jean Cocteau en zijn narcisme, waarschijnlijk dat hij hem daarom zelf uitgekozen had.
Deze dagboekenselectie leest als een trein omdat je duidelijk een idee krijgt van de mens achter de geniale kunstenaar.

 | Reacties (0)Delen |
0 reacties: