Zwijgplicht

Gelezen door: André Oyen (3132 boeken)

Citaat: " Ach, zelfs als ze dat allemaal van tevoren had geweten, was ze toch met hem getrouwd. Waarom zou ze terugkijken op een aaneenschakeling van verkeerde beslissingen?"

De Vlaamse auteur Elisabeth Marain liet zich in 1994 inspireren door ' de groote oorlog'. In Cyclus der legenden. worden we geconfronteerd met het schrijnend leed van de Belgische vluchtelingen die vanuit hun door Duitsers bezette land een veilig onderkomen zochten in het neutrale Nederland. Met deze feiten als achtergrond, een achtergrond die ze tot een onheilspellend decor weet om te vormen, schuift ze enkele zeer goed geschetste personages naar voren. Aleida Grootjans is een kinderloze weduwe uit Brasschaat die met de stroom vluchtelingen mee naar Amsterdam komt. Nog op het schip van Antwerpen naar Rotterdam wordt haar een zuigeling in de armen geduwd. Aleida wil het kind als haar eigen beschouwen en het opvoeden met alle liefde en middelen die haar ter beschikking staan. Maar daar komt ze met de Nederlandse administratie in aanvaring. De notaris die zich onffermt over oorlogskinderen eist het kind om diverse redenen op en laat het adopteren door zijn klerk Rudolf, die wel getrouwd is, maar wiens vrouw door een slecht uitgevoerde abortus onvruchtbaar is. Rudolf is homoseksueel en het huwelijk tussen man en vrouw verloopt moeilijk. Hij hoopt, en velen met hem, dat de komst van het kind de toekomst zal laten verbeteren. Na twee delen haakte de schrijfster jammer genoeg af. In het derde deel zou de zoektocht naar Hélène worden beschreven, maar tot publicatie is er nooit gekomen. Met haar toestemming heeft Theo Stokkink dertig jaar later de draad opgepakt, nu vanuit een Nederlands perspectief. Op 21 november 2017 is bij Uitgeverij In de Knipscheer de historische familieroman van Theo Stokkink – Zwijgplicht verschenen. Theo Stokkink had redenenen genoeg om dit te doen want deze roman is gebaseerd op historische gebeurtenissen van zijn moeder Hélène Borret en haar pleegvader Theo. Het verhaal speelt zich af vóór, tijdens en na de Eerste Wereldoorlog en loopt door tot na de Tweede Wereldoorlog. In het verhaal speelt Artikel 248bis van het Nederlands Wetboek van Strafrecht een grote rol: een onderdeel van de Zedelijkheidswet, waarin bepaalt werd dat homoseksuelen geen seksuele omgang mochten hebben met minderjarigen van het zelfde geslacht. De leeftijd voor meerderjarigheid was voor homoseksuelen 21 jaar, terwijl minimumleeftijd voor heteroseksuele contacten 16 jaar was. Het verhaal begint in 1913, vlak voor de Eerste Wereldoorlog. In Amsterdam woont kandidaat-notaris Theo Borret, die uiteindelijk een baan aanneemt en trouwt met Sophie. Theo is homoseksueel en houdt dat wanhopig verborgen voor de buitenwereld – in eerste instantie ook voor zijn familie en zijn ouders, aan wie hij het later wel vertelt. Met zijn geliefde Günter in Duitsland heeft hij in deze tijden van oorlog vooral per brief contact, daarnaast begeeft hij zich regelmatig op allerlei stiekeme ontmoetingsplekken en neemt af en toe een jongeman mee naar huis. Hij beseft dat als hij carrière wil maken en zich aan de druk van de familie wil ontworstelen er een schijnhuwelijk plaats zal moeten vinden. Via zijn goede vriend Willem komt hij in contact met Sophie, een ex-prostituee die bij hem in het huishouden komt werken. Ze is zwanger maar wil het kind pertinent niet. Theo helpt haar om naar Amerika te gaan en daar een abortus te ondergaan en vraagt haar net voor vertrek vrij spontaan ten huwelijk. Hij gaat er vanuit dat Sophie begrijpt dat het om een platonisch verstandshuwelijk zal gaan, als zijn huishoudster heeft ze tenslotte al heel wat heren bij nacht en ontij zien vertrekken, maar in de loop van hun huwelijk blijkt dat Sophie toch een inniger band gehoopt had. Sophie is op de hoogte van zijn geaardheid, maar is niet erg blij met Theo’s escapades in Amsterdam. Via Theo’s baas adopteren zij een vluchtelingen-kind uit België. Er heerst zwijgplicht binnen de familie over de achtergrond van de kleine Hélène. Theo overlijdt als Hélène nog jong is en Sophie hertrouwt. Hélène krijgt in de loop van de jaren steeds meer twijfels over haar herkomst. Vragen daarover stuiten op een zwijgplicht die de kandidaat-notaris zijn familie heeft opgelegd. Intussen is ook de Belgische familie op zoek naar de verloren baby.Vanuit de familie de Sobrie wordt al die jaren gezocht naar Florence (Helen), vooral door Marie de Sobrie. Pas 34 jaar later kunnen de beide vrouwen de puzzelstukjes bij elkaar leggen. In het eerste deel van het boek ligt de nadruk behalve op de geschiedenis van Hélene en ook op de homosexualiteit van Theo en op de verscheurdheid, schaamte en dilemma’s die dat begin vorige eeuw met zich mee zich mee bracht. De liefde moest altijd in het verborgene plaatsvinden en door een nieuwe wet lag zelfs gevangenisstraf op de loer. Bovendien was er altijd de angst voor ontdekking waarmee je dan schaamte en blaam over je familie zou uitstorten. Liefde, schaamte, angst, onbegrip en onmacht strijden om voorrang en taal voor dit soort zaken vinden ze nauwelijks. Theo Stokkink weet het evenwicht goed te bewaren tussen en non fictie en maakt er één groot factionverhaal van. Dat de pijnlijke geschiedenis van een zoekgeraakte baby het verhaal van zijn eigen moeder is, maakt het boek des te aangrijpender.

 | Reacties (0)Delen |
0 reacties:

Locatie: Amsterdam