Extaze 30 Dagboek

Gelezen door: André Oyen (3409 boeken)

Citaat: "Dagboeken geven meestal een schat aan informatie over dagelijkse gewoontes zoals, zoals recreatie, consumptie of levensvormen, zoals gezinsconstellaties. Over politiek gaan ze zelden. Maar het belangrijkste van dagboeken is dat ze het leven laten zien zoals het is voordat we het analyseren."

Dagboeken zijn autobiografisch geschriften , die verondersteld worden geen of weinig fictie te bevatten en de lezer toch kunnen boeien. Heel vaak bepalen de omstandigheden (oorlog, ziekte, bijzondere omstandigheden) de populariteit van het dagboek, als het gepubliceerd wordt. Alhoewel de dagboeken van Anne Frank – en zeker de eerste gedeelten daarvan – de indruk van spontaniteit geven, heeft nader onderzoek aangetoond dat de schrijfster ze wel degelijk bedoeld had voor naoorlogse publicatie. Zij was zich dus zeer bewust van een onzichtbare, 'meekijkende' lezer. Hetzelfde betrof de serie Geheim Dagboek van Hans Warren, die een apart hoofdstuk in de Nederlandse literatuur vormt aangezien het letterlijk een heel mensenleven omspant, geeft het niet alleen een goed beeld van de schrijver maar ook van de Nederlandse samenleving als geheel. Het literaire tijdschrift Extase heeft in zijn dertigste editie het dagboek als rode draad. Zoals gewoonlijk biedt het tijdschrift een geraffineerde mix van essay, kortverhalen, gedichten en ook het beeld dit keer van Arpaïs Du Bois krijgt alle aandacht. Monica Soeting vraagt zich in haar essay af, waarom dagboeken geschreven worden en wat kun je er nu precies in lezen? Deze vragen stelt ze in haar essay ‘Dagboeken’. In ‘Ik is een ander’ beantwoordt Jaap Goedegebuure de dubbele vraag als volgt: mensen schrijven dagboeken om zichzelf te doorgronden, de maat te nemen, zichzelf vermanend toe te spreken. Of ze vullen het boek met aantekeningen die dienen als geheugensteuntje, die soms worden uitgewerkt tot iets essentieels. Monica Soeting zal het met Goedegebuure eens zijn, maar weet dat dit persoonlijk aspect pas laat in de geschiedenis van het dagboek tot uitdrukking is gekomen. Goedegebuure’s overtuiging dat een gepubliceerd dagboek pas de moeite waard is als het de lezer laat delen in de innerlijke verkenningen van de auteur krijgt bevestiging van het in 1957 uitgegeven dagboek van J. Slauerhoff. In ‘Flarden van een zelfportret’ haalt Hein Aalders de criticus Johan van der Woude aan, die in dat dagboek een dynamische verschijning herkent, scherpziend, dromerig, rancuneus en idealistisch. Een beschrijving die aansluit bij het beeld dat Aalders van de schrijver schetst. Een citaat uit Harry Haarsma’s korte essay over beeldende dagboeken sluit onbedoeld aan op het essay van Clara Bolle: ‘Het dagboek is een donkere kamer, het licht wordt spaarzaam toegediend want licht vreet aan de waarheid’. Clara Bolle’s essay, dat verder reikt dan het genre van het dagboek, leidt langs poëtische wegen naar de moeilijkheid van het wijkende woord: de schrijver geeft woorden aan het bestaan, hij wil de essentie grijpen, maar op het moment dat hij het wil vastpakken is het verdwenen. De essays zijn goed uitgebalanceerd en geven een vrij goede kijk op het dagboek en zijn literaire waarde. In dit nummer 30 zijn er verder korte verhalen van Chrétien Breukers, Evelien Flink, Leonie Pas, Lydi Groenewegen, Pieter Drift en gedichten van Hanz Mirck, Jeanet Kingma, Job Degenaar, Mart van der Sterre, Mattijs Deraedt, Willem van Toorn en Steven Van Der Heyden. Echt weer extase om van te smullen!

 | Reacties (0)Delen |
0 reacties: