Krantenkop of doofpot

Gelezen door: André Oyen (3488 boeken)

Citaat: " Septicaemia als een adelaar/ op zijn prooi/ is het angstbeest/ op me gedoken/ vastzittend in de klauwen/ de vlijmscherpe snavel/ maakt diepe wonden/ als ik nog los kom/ blijvende littekens./"

De Nederlandse dichteres, schrijfster, voordrachts- en beeldend kunstenares Manja Croiset wordt net ná de tweede wereldoorlog geboren, 1946, met een Joodse moeder, een half Joodse vader en twee oudere zussen die allemaal wel de oorlog hebben meegemaakt. Haar moeder Paula Kool (1918-2012) was Joods en verloor haar hele familie. Haar vader Odo Croiset (1915-2011) zat gevangen in diverse kampen wegens het verspreiden van illegaal drukwerk. Manja Croiset was vanaf haar 6e op balletles bij Nel Roos, de latere Nel Roos-balletacademie. Ze danste voor Unicef in de Jaarbeurshallen in 1960, georganiseerd door Carel Briels. Dit evenement werd rechtstreeks uitgezonden op de tv en draaide tevens in de zomer van 1960 in de bioscoop. Na de lagere school bezocht Croiset het Barlaeus Gymnasium. Eenmaal op de middelbare school ging het mis. Het kind, toch al onzeker, denkend dat zij niets mag voelen, niets erg mag vinden want haar ouders.... werd steeds onzekerder, angstiger. Ze is tot in haar vingertoppen een perfectionist, haalt hoge cijfers, is een begaafde leerling. Hiermee kan (wil?) ze laten zien dat zij er ook is, mag zijn... Maar het trauma van haar ouders wordt een loden last. De moeder kan het onzekere kind niet meer verdragen. Zo kwam Manja, als tweedegeneratieslachtoffer, op jonge leeftijd in de psychiatrie terecht. Ze verbleef jaren in psychiatrische inrichtingen. Daarover is ze op haar zestigste gaan publiceren. Ze is negen jaar werkzaam geweest bij het Leidsch Dagblad. Er is een film over haar leven gemaakt door de documentairemaker Willy Lindwer. Deze ging in première op 24 februari 2014 in EYE in Amsterdam, en is op 22 april 2018 vertoond in het Nationaal Holocaust Museum in oprichting in Amsterdam. De film is opgenomen in het archief van Yad Vashem bibliotheek, inclusief de inleidende speeches en twee boeken van de schrijfster. De schrijfster heeft de grammaticale vorm onverwerkt verleden tijd ingevoerd en zowel de film als haar boek Mijn leven achter onzichtbare tralies worden hiermee geopend. Niettegenstaande haar wankele psychische en lichamelijke gezondheid heeft Manja Croiset een enorme schat aan vormen van kunsten geproduceerd. Behalve schrijven en dichten, maakt Croiset zich hard tegen alle vormen discriminatie , is tevens Fotograaf van haar Kunstwerken, waaronder Op Transport. Ze schreef Bloemlezing of rouwkrans en Prozee in een eigen schrijfstijl van lyrisch proza. Psychologica. Voortvloeiend uit haar historische boeken, breder dan egodocumenten. Gaandeweg haar loopbaan heeft ze zich ontwikkeld tot woordcartoonist. Zaken die haar hele werk blijven tekenen door middel van een stroom van herinneringen en associaties dat zijn ondermeer het gevoel onzichtbaar te zijn en het gevoel dat wat je ook meemaakt je eigenlijk geen recht van spreken hebt want het is nooit zo erg als wat de rest heeft mee gemaakt; ”Hoe kon zij recht hebben op angst en verdriet na alles wat mijn ouders hadden doorstaan?” Letterlijk onbeschrijfelijk was dat wat zij hadden meegemaakt, en zoals bij zoveel slachtoffers van de oorlog werd dat meestal niet zozeer in woorden uitgesproken maar was het wel in alles voelbaar. De schrijfster raakte al in haar kindertijd verstrikt in dit alles, kreeg angsten en paniekaanvallen, en het alles overheersende gevoel niet gezien te worden. Ze komt al jong in de psychiatrie terecht, waar dat gevoel eigenlijk alleen maar versterkt wordt. Manja kent een roerig leven. Ze werkte negen jaar bij het Leids Dagblad. Ze heeft wel dans gestudeerd maar is beslist niet dansend door het leven tot nu toe gegaan, zoals ze het zelf omschrijft . In 2009 kreeg Manja de Prijs van de Uitgever, een handgegoten kaars als een soort Elikser-trofee (met een daarbij behorend certificaat) voor een bijzondere schrijver. Ze werd bekroond wegens haar oeuvre en de krachtige stem die uit haar veelomvattende en veelzijdige werk spreekt. Haar leven wordt gebrandmerkt door haar joodse afkomst. Op haar zestiende werd ze het huis uitgegooid wegens afwijkend gedrag. In de klinieken waar ze daarna heeft gezeten is ze altijd slecht behandeld, soms zelfs mishandeld geweest vanwege haar 'afwijkend' gedrag. Pas na haar veertigste kreeg ze de behandeling die ze nodig heeft. Maar ze heeft van huis uit geen veiligheid meegekregen. Dat achtervolgt haar ook nu nog. "Elke ochtend denk ik 'oh god weer een dag, hoe kom ik die door', elke avond als ik in mijn bed stap denk ik 'oh god weer een nacht, hoe kom ik die door..'" In 2009 kreeg Manja de Prijs van de Uitgever, een handgegoten kaars als een soort Elikser-trofee (met een daarbij behorend certificaat) voor een bijzondere schrijver. Ze werd bekroond wegens haar oeuvre en de krachtige stem die uit haar veelomvattende en veelzijdige werk spreekt. Ze heeft zich nooit begrepen gevoeld, als een bloem in de puberteit in de knop verwoest. Dat is ook de aanleiding voor een documentaire die over haar leven werd gemaakt met als titel 'Achter onzichtbare tralies'door Willy Lindwer. Het is ook de titel van één van haar meest gekende en aansprekende boeken. Willy Lindwer is bekend om zijn films over de Holocaust, Israël en het Midden-Oosten, het Jodendom en het christendom, maar hij heeft ook ervaring met andere onderwerpen, zoals kunst en muziek. Hij maakte ook vele documentaires in Afrika. In 1988 won hij de International Emmy Award voor zijn film De Laatste Zeven Maanden van Anne Frank. Deze film bevat de verhalen van zeven vrouwen die getuige waren van Anne Franks laatste maanden in de concentratie kampen van nazi-Duitsland, waaronder Hannah Goslar, die Anne Frank gekend heeft voordat ze onderdook, en Janny Brilleslijper die haar in Bergen-Belsen heeft begraven. In 1993 kreeg Willy Lindwer uit handen van Bert Haanstra een Gouden Kalf voor Kind in Twee Werelden, zijn documentaire over Joodse oorlogspleegkinderen. De reportage over Manje is even indrukwekkend als haar boeken die geschreven zijn in haar bondige, onopgesmukte stijl die je soms de adem beneemt omdat ze niet bang is haar diepste gevoelens van verdriet en depressie genadeloos voor zichzelf kenbaar te maken, afgewisseld met mooie familiehistories en humoristische voorvallen, waardoor het lezen wel een boeiende maar ook aangrijpende belevenis wordt. Een uitgave die nogal afwijkt van de bovengenoemden is Uit de spelonken van mijn ziel (2007). Het bestaat uit een verzameling korte gedachten, aforismen en beschrijvingen die alle blijk geven van haar talent om zonder camouflage duidelijk te maken wat er in haar omgaat. Haar nieuwste boek krantenkop of doofpot is een vervolg op Manja en Klinieken of De Grote Miskenning MEDISCH CIRCUS of MEDIA CIRCUS en hamert er in dat "het is beter jong te sterven dan lang te lijden" , dat Euthanasie slecht geregeld is, en creperen legaal is. Het is een zeer flamboyant boek, knap geschreven en regelrecht tot de verbeelding sprekend!

 | Reacties (0)Delen |
0 reacties: