Maanbrief aan het getij

Gelezen door: André Oyen (3490 boeken)

Citaat: " Op de rug gezien / Ruziënde reigers op een overpad, keersommen,/ hitsige klophengsten, sterrenstelsels en pijnstillers,/ een Butskop die in Zuidelijk water zwemt; daar/ waar de mens aan denkt, groeit over het hoofd / Jonge vrouwen op donkere kluit bijeen gedreven/ − vitrage voor schroom omlijst een gezicht – doorslag/ van één en hetzelfde. Maar hang mij daar niet aan op/ Ik heb het van horen zeggen en dat een schaar verknipt/ Langdradige richtsnoeren worden op de mouw gespeld/ Zwarte kleedjes verduisteren jeugd. Haar gaat op in jurk/ Acht stuks uit leisteen gehakt, geen een kijkt naar het licht./"

Inge Nicole werd op 25 februari 1968 geboren als Inge Nicole Bak in Den Helder. In 1991 studeerde zij af aan de Pedagogische Academie Basis Onderwijs. Na een korte periode werkzaam geweest te zijn in het onderwijs, besloot ze om verder te gaan met hetgeen ze in haar kindertijd al zo graag deed: verhalen schrijven in woord en beeld. Naast het schrijven van boeken maakt ze ook sieraden en schildert miniatuurtjes. Haar novelle De tranen van de zeegans werd in 2012 bekroond met de Rabobank Cultuurprijs Letteren. In samenwerking met beeldend kunstenaar Pieter Bijwaard ontstond in 2015 de bibliofiele uitgave Als morgen een mens; een kort verhaal met gedichten bij inkttekeningen van Bijwaard. Inge werkt vaker met beeld. Zo exposeerde ze in 2018 bij de Kunstuitleen van Alkmaar met werk van haar romanpersoon uit De blauwdruk van Capgras. En nu in 2019 is er haar debuutdichtbundel Maanbrief aan het getij – de belofte van het komen en gaan. ‘Vingeroefeningen voor poëtisch proza’ noemde Inge Nicole haar poëzie ooit. Toen Inge Nicole werd voorgesteld om gedichten bij afbeeldingen te schrijven, nam de poëzie onverwacht een eigen plek in. Naast deze reflecties op kunst en fotografie kwam er ook vrijer werk tot stand met als parallel het komen en gaan van mensen, dieren, tijd en de dingen. Maanbrief aan het getij is het resultaat. De bundel bestaat uit de afdelingen Hoogwater, Springtij en Doodtij ‒ als beeldspraak voor de emotie. Veel gedichten belichten het menselijk tekort en onze sterfelijkheid. De linken die de dichter legt tussen woord en beeld zijn soms heel confronterend zoals bijvoorbeeld bij het gedicht ’’Rekwisiet in het landschap’ waar de combinatie woord en beeld schrijnend confronterend zijn. Het is beurtelings huiveren en genieten in deze bundel.

 | Reacties (0)Delen |
0 reacties: