Extaze 32

Gelezen door: André Oyen (3493 boeken)

Citaat: " Een schrijver van nu weet hoe de mediawetten werken. Je krijgt pas aandacht als je in ruil daarvoor iets van je persoonlijk leven prijs geeft. "

In zijn bijzonder boeiende en voor een wetenschapper uiterst leesbare studie De literatuur draait door – “De schrijver in het mediatijdperk “onderzoekt Sander Bax hoe in de media bericht wordt over literatuur en dat als gevolg daarvan er een andere opvatting lijkt te komen over wat goede literatuur is. De schrijvers gaan mee in die verandering. In het gesprek over de literatuur is steeds meer nadruk komen te liggen op wat echt gebeurd is in het leven van een schrijver, constateert Bax. De literaire vorm is uit beeld verdwenen, de fictie staat onder druk.Het thema van het literaire tijdschrift ‘Extaze 32 -De onzichtbare schrijver’, is gebaseerd op Sander Bax’ studie. Ook na het verschijnen van dat boek kreeg hij in de PR rond Ilja Leonard Pfeiffer’s ‘Grand Hotel Europa’ en Peter Buwalda’s ‘Otmars zonen’ bevestigingen van wat hij in zijn onderzoek had geconstateerd. Beide auteurs worden gepresenteerd als succesvol, in interviews wordt voortdurend gevraagd naar de band tussen hun werk en hun leven (ofwel: is het werk ‘authentiek’, is het ‘echt?) en in beide gevallen wordt het werk gerelateerd aan de buitentextuele (politieke) werkelijkheid waarnaar in de roman verwezen wordt. Net als Sander Bax in zijn essay ‘De regels van de literaire mediacultuur’ verduidelijkt Coen Peppelenbos in ‘Hier is mijn bloed’ diens waarnemingen met voorbeelden: een interview van Wim Brands met L.H.. Wiener en een talkshowgesprek van Eva Jinek met Oscar van den Boogaard. Arie Storm stelt in ‘De noodzaak van eenzaamheid’ vast dat televisie een massamedium is en in haar vorm en inhoud niet bevattelijk voor subtiliteit, stilte en duisternis. Het medium tv is vreemd aan literatuur, ze zal altijd haar aandacht richten op schrijvers die meedoen aan het doorbreken van stilte en duisternis. Goede schrijvers en lezers zijn eenzame personen en vanuit hun diepste wezen slecht, asociaal en negatief. Elke poging om die eenzaamheid en dat gevoel voor het slechte te verminderen leidt af van wat literatuur is. Chrétien Breukers liet zich in zijn essay ‘In onwetendheid schuilt een wrede schoonheid’ inspireren door een, ook in dit nummer afgedrukte, column van Rosanne Hertzberger (NRC 12/7/19). In dat stuk vraagt Hertzberger zich af of boekhandels nog moeten blijven bestaan. Breukers ziet de logistiek van de boekhandel als een anachronisme en ‘de betere boekhandel’ als een tempel voor het ‘hoge en schone’. Het liefst zag Breukers dat de wurgende consensus over literatuur werd losgeschud door een nieuwe avant-garde van cultuurliefhebbers. Wie met een nieuw boek komt, moet niet alleen kunnen vertellen over de manier waarop hij zijn roman in elkaar heeft gezet, maar ook bereid zijn om zijn eigen levensverhaal in te zetten voor de verkoop van zijn boek. Buwalda sputtert in het interview nog wel wat tegen door te zeggen dat hij ‘doorleefde thema’s’ gebruikt: ‘Dat is gewoon handig, dan hoef ik niet alles te verzinnen. Daar zit niets therapeutisch bij, dat weet ik honderd procent zeker.’ Toch vertelt ook hij uitgebreid over zijn jeugd en zijn verhouding tot zijn vader. Zoals altijd ook in dit nummer korte verhalen van Dorien Dijkhuis, Pieter Drift. Boudewijn van Houten. Arjen van Meijgaard, Christiaan Ronda, Inge Schollen. De gedichten zijn van Catharina van Daalen, Job Degenaar, Mattijs Deraedt, Philip Hoorne, Leen Korenhoff, Hanz Mirck, Bert Struyvé. Strip: Rob H. Bekker, Taconis Stolk. Het beeldend werk is van Andrei Roiter. ‘Extaze 32’ biedt ook nu weer aan de meeste veeleisende lezer een bont boeket van eigenzinnige fictie en non-fictie.

 | Reacties (0)Delen |
0 reacties: